BLOG

THESIS JOURNALISTIEK

De schrijvende architect en de architectuurgeïnteresseerde journalist:
onderzoek naar journalistiek schrijven in België en Nederland

Promotor // dr. Bernard Van Huffel
KU Leuven, Antwerpen, Departement Toegepaste Taalkunde, 2012

IMG_9643 kopie

Vitruvius was de eerste persoon die erg uitgebreid schrijf over architectuur. De architectura bestaat uit 10 hoofdstukken of boeken die de verschillende aspecten van de Romeinse bouwkunst uitgebreid toelichten. Ook nu nog is schrijven over architectuur een hot topic. Architectuurkritiek geven kan in de gespecialiseerde media, maar ook in de algemene media (en dan specifiek in de nodige lifestylebijlages) wordt er geregeld over de gebouwde omgeving bericht. In het boek Applaus (2012) stelt Eric de Kuyper: “Het is verbazend hoeveel interesse er gedurende de laatste decennia in het Vlaamse landsdeel voor architectuur is ontstaan.” In deze thesis schreef ik toen over de de heisa rond het nieuwe winkelcentrum Uplace in Machelen, een onderwerp dat vandaag nog steeds uitgebreid wordt bediscussieerd. In 2012 was er nog geen sprake van Ringland, maar nu valt ook dit onderwerp niet meer weg te denken uit de dagelijkse berichtgeving.

Architect of journalist?

In dit onderzoek probeerde ik te achterhalen wie de schrijvers van de artikels over architectuur zijn en hoe ze hun artikel al dan niet aanpassen aan de lezer. De personen die schrijven voor een vaktijdschrift zijn veelal (ingenieur-)architect van opleiding. Het is eerder zeldzaam dat ze professioneel architectuurcriticus zijn, het is meestal iets wat iemand naast zijn of haar andere job doet. Geert Bekaert is de meest bekende architectuurcriticus ooit in België en hoewel hij ook hoofdredacteur is geweest, heeft hij het schrijven ook vaak gecombineerd met onderwijsactiviteiten. Net zoals de huidige generatie Vlaamse architectuurcritici Christophe Van Gerrewey en Koen Van Synghel dat vandaag doen.

Journalisten die geen architectuur gestudeerd hebben, maar veelal een taalkundige opleiding hebben genoten, zijn begonnen met schrijven vanuit een interesse. Door hier enkele jaren mee bezig te zijn, bouwt de oorspronkelijk onwetende journalist ook stilaan meer ervaring en kennis op, waar hij/zij uit kan putten.

Wie leest er mee?

Zowel uit de gesprekken als in de literatuur vonden we terug dat het soms een voordeel, maar ook soms een nadeel kan zijn om zelf architect te zijn. Enerzijds heb je dan meer achtergrondkennis, anderzijds kan het artikel ook snel te specialistisch en te academisch worden. Volgens mij hangt het ook sterk af van het medium waar de journalist voor schrijft. Bij een breed publiek (bv. Knack Weekend) kan je best niet te veel de specialist uithangen, bij een gespecialiseerd publiek (bv. De Architect) mag de tekst wel enige diepgang bevatten.

Heeft de schrijver het doelpubliek dan altijd voor ogen? Ook al zeggen ze dat ze het niet doen, uit hun reacties blijkt wel dat ze er rekening mee houden. Eric Rinckhout (De Morgen) en Sofie De Vriese zeggen dat ze schrijven voor mensen die een opleiding hebben gevolgd en die geïnteresseerd zijn in cultuur. Dit zijn namelijk ook de lezers van de media waar zij voor schrijven. Geert Bekaert zei: “Je schrijft in de eerste plaats voor jezelf. Je probeert een verstandige reactie te geven op wat je ziet en te ontdekken wat dat kan betekenen.” Ook Maarten Delbeke en Christophe Van Gerrewey gaven aan niet echt met de lezer bezig te zijn. Indien de journalisten wel personen in het achterhoofd hebben bij het schrijven, zijn dat eerder redactieleden of de architectuurgemeenschap. Deze laatste kunnen zich dat permitteren omdat zij veelal schrijven voor vakbladen die voornamelijk gelezen worden door architecten.

Een kritische pen

De architectuurwereld is een kleine wereld. Als we schrijven over architecten die we persoonlijk kennen, kunnen we dan eigenlijk nog wel kritisch zijn? Net zoals vele anderen vindt Maarten Delbeke dat er een verschuiving is. “Als je een A+ openslaat uit de jaren ’60 of ’70, dan zit je echt op het scherp van de snede. Er zijn teksten bij waarbij een gebouw volledig met de grond gelijk gemaakt wordt. Betekent dat het nu wat te makkelijk gaat? Ik weet het niet, maar het is wel iets dat me bezighoudt.” Geert Bekaert vindt dat de hoogdagen van de architectuurkritiek voorbij zijn en dat er momenteel zelfs een taboe rust op architectuurkritiek. Ook in de literatuur vonden we terug dat er nu geen uitgebreide analyses meer worden gegeven in een tijdschrift, maar dat het vaak slechts enkele foto’s en plannetjes zijn. Een andere reden om niet kritisch te durven zijn, is het feit dat redacties sterk afhankelijk zijn van de architecten zelf om beeldmateriaal voor bij het artikel aan te leveren. Schrijven over architectuur begint zelfs al bij de selectie van het project. “Natuurlijk begint alles bij de keuze van de projecten, het is niet de bedoeling dat een project wordt gekozen om het helemaal af te breken,” stelde Eline Dehullu van A+.

In 2012 schreef ik in mijn conclusie dat er in België nog wel ruimte is voor een nieuw tijdschrift over architectuur. Sinds kort is er het tijdschrift Focus Archi dat vier maal per jaar gratis verdeeld wordt aan architecten. Over beeldende kunst, literatuur en film is er ook een nieuw tijdschrift verschenen: Oogst. Ook al ligt ligt de nadruk niet op architectuur, volgens mij heeft het toch potentieel om iets te betekenen voor het architectuurveld in de toekomst.

Wil je met mij graag over dit onderwerp reflecteren? Laat dan vast en zeker een berichtje achter via de contactpagina.