BLOG

TEZAMEN, MAAR TOCH APART

Twee uiteenlopende functies in hetzelfde gebouw onderbrengen. Wie verzint zo’n uitdaging? Toenmalig Antwerps stadsbouwmeester Kristiaan Borret pleit schuldig. In Merksem vinden het kinderdagverblijf Parkvilla en de stelplaats van de groendienst sinds 2012 onderdak in een opvallend cirkelvormig gebouw ontworpen door 51N4E. Dit Brusselse architectenbureau won de Open Oproep in 2008 en pochte zelfs dat het ontwerp een eerste bijdrage was aan de eenmaking van de versnipperde parkomgeving. Enkele jaren later zijn de torenhoge ambities getoetst aan de realiteit en blijken deze toch erg hoog gegrepen.

Toegang kinderopvangplaats als bufferzone onder luifel met stalplaats voor bakfietsen. © Caroline Van Doren

Toegang kinderopvangplaats als bufferzone onder luifel met stalplaats voor bakfietsen. © Caroline Van Doren

Rond zonder voor-of achterkant

De cirkelvorm van het gebouw met een centrale binnentuin springt meteen in het oog, maar is nooit een doel op zich geweest voor 51N4E.1,2 Merksem heeft verschillende parken in het centrum van het district die als het ware groene eilanden vormen in een verstedelijkte omgeving.3 Dit parkpaviljoen fungeert als scharnier tussen de verschillende parken en betekende het startschot voor het masterplan ‘Groen Hart Merksem’ met als doel de parkeilanden terug te verenigen.4,5 De ronde vorm van het paviljoen creëert een gebouw zonder echte voor- of achterkant en daardoor verkoos de jury van de tweede Vlaams Bouwmeester Marcel Smets het ontwerp van 51N4E boven de andere vier kandidaten om de samenhang met de parken te versterken.2,6,7

Dergelijke stedenbouwkundige ingreep in de 20ste-eeuwse gordel van Antwerpen is een voedingsbodem voor de huidige heraanleg van de Speelpleinstraat die dwars door de parken snijdt. De Speelpleinstraat zal binnenkort een fietsstraat worden, waar enkel plaatselijk autoverkeer blijft toegestaan.8 Ook al heeft het gebouw geen voor- of achterkant, de inkom tot het kinderdagverblijf in de Speelpleinstraat is door de overmaatse luifel wel duidelijk zichtbaar. Met een ruime fietspadkleurachtige aanloopzone belanden de kinderen vanuit de Parkvilla niet meteen op straat.9 Bakfietsouders kunnen hun fietskarren op deze strook makkelijk stallen. De toegang tot de kinderopvangplaats fungeert als bufferzone, ze benadrukt de overgang van de publieke ruimte naar een semi-privaat gebied. De groendienst is enkel van de straat afgescheiden door een grote poort die vaak opstaat, maar nodigt niet uit om het domein te betreden.

Het ontwerp van slechts één bouwlaag is volgens de architecten een voorbeeld van het ‘form follows function’-paradigma.2 De kern van het volume is een ronde patio met gras en enkele speeltuigen. Rond dat binnengebied zitten de verschillende functies in opeenvolgende lagen. De circulatiegang voor de ouders en personeel strekt zich uit rondom de buitenkamer. Daaromheen bevinden zich de verschillende leefgroepen zij aan zij. De buitenste schil is opnieuw een buitenruimte, namelijk een buitenterras. Rondom het parkpaviljoen ligt een groene wadi, een zone met beplanting om regenwater op te slaan.4

Parkvilla langs de buitenzijde met zicht op de verhoogde balkons. Een groenzone voor regenwaterbuffering zorgt voor afstand tussen park en Parkvilla. © Filip Dujardin

Parkvilla langs de buitenzijde met zicht op de verhoogde balkons. Een groenzone voor regenwaterbuffering zorgt voor afstand tussen park en Parkvilla. © Filip Dujardin

“Door de buitenruimte centraal te leggen wordt een afsluiting ervan overbodig”, was het credo van de architecten en de jury.2 In werkelijkheid is er zo te weinig controle vanuit de leefgroepen op de kinderen in de binnenpatio, zodat er vooral nog extra toegangshekjes geplaatst zijn in plaats van de wand volledig open te vouwen.9 De buitenterrassen worden het meest gebruikt omdat de kindjes daar in het zicht blijven van het personeel. De overstekende luifel biedt ook meer schaduw, terwijl het in het binnengebied erg warm kan zijn bij felle zon.9 Doordat de kinderopvangplaats iets hoger ligt dan het park, staan de kinderen op deze terrassen vanop een afstand in contact met het park.10 De bedoelingen van de architecten zijn attent, de praktijk toont helaas iets anders.

Vanuit de kinderopvangplaats en de binnenpatio werkt de luifel oriënterend. © Caroline Van Doren

Vanuit de kinderopvangplaats en de binnenpatio werkt de luifel oriënterend. © Caroline Van Doren

Hoewel het gebouw verbinding zoekt met de parkomgeving, moet het ook intimiteit bieden en behoeden voor de harde buitenwereld.4 Contradictorisch genoeg creëert een gebouw dat in een uitgestrekte parkomgeving ligt een beschermende groene binnenruimte. Ditzelfde principe zien we ook terug bij Hostel Wadi in Kasterlee.11 Het ontwerp van Secchi & Viganò is een cirkelvormige jeugdherberg met kamers aan de buitenzijde en een circulatiecirkel rond een centrale ronde binnentuin. Het gebouw keert zich naar binnen en sluit zich af van het park. In de Parkvilla vallen de buitenruimtes met zicht op het park om allerlei redenen echter meer in de smaak van de begeleiders.9

De groendienst bevindt zich onder de geplooide luifel. © Caroline Van Doren

De groendienst bevindt zich onder de geplooide luifel. © Caroline Van Doren

 

Supercrèche als panopticum

Het grootste gedeelte van het gebouw wordt ingenomen door het kinderdagverblijf. De supercrèche is een van de vijf nieuwe grote kinderdagverblijven die de Stad Antwerpen zou realiseren met AG Vespa (Autonoom Gemeentebedrijf Vastgoed en stadsprojecten Antwerpen) als bouwheer.12,13 Een gebouw waar dagelijks 130 kinderen opgevangen worden, kan dus maar beter logisch functioneren. De supercrèche bestaat uit acht geschakelde leeftijdsgroepen.9 Elke spie van de ‘taart’ bestaat uit twee gespiegelde ruimtes van twee leefgroepen voor baby’s of peuters. Elke leefgroep heeft een verschoningszone, een keukentje en enkele slaapzones. De open ruimte kunnen de begeleiders zelf indelen met speel- en eethoekjes. Per twee leefgroepen gaat de open ruimte over in het verhoogde balkon aan de parkzijde.

Circulatiegang met rechts de leefgroepen met folie op de ruiten en links de binnenpatio. © Caroline Van Doren

Circulatiegang met rechts de leefgroepen met folie op de ruiten en links de binnenpatio. © Caroline Van Doren

De bijzondere verschijningsvorm van de Parkvilla is volgens de architecten de logische uitkomst van de relaties tussen de verschillende functies uit het meervoudige bouwprogramma.1,2 Een kolomstructuur met een betonplaat als vloer en plafond zorgt voor de nodige flexibiliteit binnenin.10 De ranke kolommen kregen in de leefgroepen zelf wel een soort donzig jasje aan. Voor meer daglicht in de leefgroepen zelf staan er cirkelvormige lichtkoepels op het dak. Op de verschoningstafel schijnt het zonlicht van de daklichten echter rechtstreeks in de ogen van de baby’s.9 Een matte folie in plaats van een zonnebril bracht hier een oplossing. Ondanks de flexibele structuur is de beperkte bergruimte door het ontbreken van vrije rechte muren vanaf het begin ook een groot probleem. Het ontwerp claimt uitermate flexibel te zijn, maar op verschillende vlakken kent de ronde Parkvilla haar limieten. 1,2

Doorgeefluikjes langs de buitenzijde van de leefgroep. © Caroline Van Doren

Doorgeefluikjes langs de buitenzijde van de leefgroep. © Caroline Van Doren

Doorgeefluikjes aan de binnenkant van de leefgroep. © Caroline Van Doren

Doorgeefluikjes aan de binnenkant van de leefgroep. © Caroline Van Doren

Toegangscontrole in een kinderopvangplaats is na de steekpartij van Kim De Gelder in Fabeltjesland een belangrijk aandachtspunt. Eens aangemeld bij het onthaal lopen de ouders via de circulatiegang met hun kindje naar de uilen, de vossen of de eekhoorns en geven hun baby bij de deur door aan de begeleider. De dierennamen van de leefgroepen zijn een rechtstreekse verwijzing naar het park en werken voor de ouders zeer oriënterend.9 In geïntegreerde doorgeefkastjes vanuit de gang naar de leefgroep leggen de ouders luiers, flessenvoeding of reservekledij. De ronde circulatieruimte is gericht op perfect gestroomlijnde doorstroming en focust op beleving met doorzichten en lichtkoepels.

Vanuit de inkom kan de onthaalmedewerkster perfect zien wie het gebouw binnenkomt en verlaat. 9 Daarnaast heeft ze ook een ideaal zicht op de kinderen in de binnentuin. Door de ronde vorm werkt de inkomzone als een soort panopticum, waarbij de centrale persoon het volledige overzicht heeft. De architecten voorzagen nog meer doorzichten om ideale controle te garanderen, helaas is deze transparantie niet altijd gepast.1,2 Naast de inkom bevindt zich bijvoorbeeld een vergaderzaaltje met een glazen wand. Bij gesprekken met de ouders over zeer persoonlijke problemen van een kind, is meer privacy gewenst en hangt er daarom een gordijn.9 Ook de verschoningszone in de leefgroepen had meer intimiteit nodig en kreeg daarom een matte folie op de ruiten naar de gang. Onoplettende gebruikers botsen ook wel eens tegen de wand. De ooghoogte van de kleine gebruikers was namelijk nog lager dan de stijlvol ontworpen lijn op het glas. Transparantie en zichtlijnen zijn goede concepten bij een rond gebouw, maar hier vormen deze mogelijke struikelblokken.

Stoere mannen en schattige baby’s

Vanuit de kinderopvangplaats en vanaf de straat is het duidelijk dat er onder de vouwstructuur een andere functie schuilgaat. Het dak ziet eruit als een blad papier dat de kinderen hebben gevouwen en op het dak hebben geplaatst. Het gebouw zelf lijkt uit vogelperspectief wel een platte cilinder waarin per ongeluk een balk ingeschoven is. Past de figuur in de blokkendoos of net niet?

In Merksem wonen relatief veel jonge gezinnen en er was in dit noordelijk district van de stad vast en zeker nood aan een nieuw kinderdagverblijf.4 Ook de groendienst wou een nieuw stekje oprichten op ongeveer dezelfde plaats. Door slim ruimtegebruik was het logisch dat beide stadsdiensten elkaar zouden treffen in een overkoepelend gebouw. Kristiaan Borret, die op dat moment stadsbouwmeester was, vond het logisch om kat en hond bij elkaar te brengen en zo parkruimte te vrijwaren.5 Het personeel van de kinderopvangplaats en de groendienst delen de eetzaal, het sanitair en de omkleedruimte. Een ruimtebesparing die ook wel eens voor kleine frustraties durft te zorgen.

Tokyo Kindergarten, Tezuka Architects.  © Katsuhisa Kida

Tokyo Kindergarten, Tezuka Architects.
© Katsuhisa Kida

Ontwerptekening Café Capital, Bulk architecten.

Ontwerptekening Café Capital, Bulk architecten.

51N4E liet zich inspireren door een rond gebouw van Tezuka Architects met een combinatie van een kinderschool en een kapel in Tokyo.2 Het scherpe contrast tussen de twee gebruikers moet in Merksem verzacht worden door het niveauverschil, waarbij de jonge gebruikers in de binnentuin via een groot raam oog in oog staan met de stoere werkmannen.10 Dit effect is eerder beperkt omdat de wagens van de groendienst en ander materiaal hier opgeslagen staan.9 Er is relatief weinig beweging van de oranje fluo pakjes om de aandacht van de jonge gebruikers te trekken. Bij het binnenkomen van het kinderdagverblijf hoor je wel het geroezemoes van de werkmannen en het geluid van de bosmaaiers, de enige plek waar er enige dynamiek tussen de gebruikers is.

Groot raam op hoogte in de binnenpatio met zicht op de groendienst. In werkelijkheid is er weinig interactie. © Caroline Van Doren

Groot raam op hoogte in de binnenpatio met zicht op de groendienst. In werkelijkheid is er weinig interactie. © Caroline Van Doren

Het ronde gebouw is vooral op maat van de kinderopvangplaats ontworpen, de secundaire functie van groenstelplaats is erin geschoven. In het Antwerpse Stadspark is momenteel een rond parkpaviljoen van Bulk architecten in opbouw.14 Ook hier wordt de groendienst gecombineerd met een andere functie, in dit geval horeca. AG Vespa lijkt de gedurfde combinatie duidelijk gesmaakt te hebben en ziet de kleine valkuilen door de vingers. De architecten hanteerden in de Parkvilla in Merksem enkele zeer interessante principes voor het tweeledige gebruik, maar in werkelijkheid zijn er toch heel wat hindernissen. Maar ach ja, het perfecte kind bestaat toch ook niet?

Bronvermelding

  1. Team Vlaams Bouwmeester, Juryverslag OO1610, 23 maart 2009.
  2. Team Vlaams Bouwmeester, Gunningsbeslissing OO1610, 5 mei 2009.
  3. Stad Antwerpen, Masterplan Groen Hart Merksem, juni 2009, pp. 34.
  4. Embrechts, Katrien; Jacobs, Esther, ‘De tussenstad. Een nieuwe ontwerpopgave’, in: Architectuurboek Vlaanderen N°11. Architectuur middenin, Vlaams Architectuurinstituut, Antwerpen, 2014, p.83-100.
  5. Heirman, Frank, ‘Kristiaan Borret’, in: Gazet van Antwerpen/Citta, 5 april 2014, pp. 25.
  6. Team Vlaams Bouwmeester, ‘OO1610 Volledige studieopdracht voor de bouw van een nieuw kinderdagverblijf met een capaciteit van minimum 85 voltijdse kindplaatsen’ in: Open Oproep 16, juli 2008, pp. 40-43.
  7. Team Vlaams Bouwmeester, Selectiebeslissing OO1610, 14 oktober 2008.
  8. http://www.antwerpen.be/nl/info/52d5051f39d8a6ec798b47a6/heraanleg-terlindenhofstraat-speelpleinstraat (geraadpleegd op 17 mei 2018).
  9. Interview van Caroline Van Doren met verantwoordelijke kinderopvanglocatie Evelien Keysers, Merksem, 18 mei 2018.
  10. http://www.51n4e.com/project/speelpleinstraat-0# (geraadpleegd op 17 mei 2018).
  11. http://www.vai.be/nl/project/hostel-wadi-kasterlee (geraadpleegd op 17 mei 2018).
  12. Vermeiren, Sabine, ‘Bouw supercrèche van start’, in: Het Laatste Nieuws, 3 juni 2010, pp. 17.
  13. Daeninck, W., ‘Eerste hulp bij kinderopvang’, in: Gazet van Antwerpen/Stad en Rand, 9 maart 2011, pp. 39.
  14. http://www.antwerpen.be/nl/info/5538a7bcafa8a78c6f8b4ad6/cafe-capital-wordt-horecazaak-in-een-nieuw-paviljoen (geraadpleegd op 17 mei 2018).

Om privacyredenen mochten er geen foto’s genomen worden van de kinderen en van de leefgroepen.

Deze architectuurkritiek werd geschreven in het kader van het vak ‘Architectuurkritiek’, gedoceerd door Sofie De Caigny aan de Universiteit Antwerpen.