RESIDENCE PALACE

Patrimoine Partie 4
Brussel
10/2012 – 03/2013

205

 

residence palace ligging

 

voegverdeling gevel noord met letters 29_05_2012

 

simili pierre

 

oude foto lantaarn

© Jean Attali, Philippe Samyn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

résidence palace plafond

 

IMG_0481

.
.
.

Bedrijf // Algemeen Aannemer Verstraete & Vanhecke (Wilrijk)
Functie // assistent-projectleider
i.s.m. projectleider Dieter Jacobs
Hoofdaannemer // Tijdelijke vereniging Interbuild-Cegelec (Wilrijk) – Isabelle Tordeur

Architect en Ingenieur // Philippe SAMYN and PARTNERS, architects and engineers (Brussel) – Thierry Henrard en Benoit Lacassagne
Lead and Design partner for the joint venture with Studio Valle Progettazioni, architects en Buro Happold Ltd., engineers
Gedelegeerd bouwheer //  Regie der Gebouwen – François Renard, Hugo Claes, Charles Corblet, Ivan Soto Zeevaert en Alain Scorielle
Eindgebruiker // Raad van de Europese Unie – Uta Fricke
Erfgoed // Monumenten & Landschappen (Brussel) – Stéphane Duquesne
Controlebureau // Seco (Brussel)
Veiligheidscoördinatie // Bopro (Mechelen)

GRONDPLAN

De Résidence Palace, oorspronkelijk een luxueus appartementencomplex voor de Brusselse bourgeoisie, is een ontwerp van Michel Polak. De Art Deco-parel werd gebouwd tussen 1922 en 1927 en bood naast appartementen ook plaats aan enkele gemeenschapsfuncties zoals een restaurant, een theater, enkele vergaderzalen en een zwembad. Lang konden de welgestelde bewoners niet genieten van deze ‘stad in de stad’, want in 1941 nam de Duitse bezetter dit wooncomplex in. Na WOII kocht de Belgische Staat dit gebouw omwille van de ideale ligging aan de Wetstraat. Pas vanaf 22 april 2004 zijn de oorspronkelijke gevels en de centrale gang met inkomhallen van gebouw A officieel beschermd door een Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering.

 

Verschillende locaties lagen op de tafel als nieuw trefpunt voor de Europese toppen. Uiteindelijk viel de keuze op gebouw A van het gebouwencomplex Résidence Palace waarvoor een architectuurwedstrijd werd uitgeschreven. Het totaalproject (architectuur en ingenieurstechnieken) werd toegewezen aan het multidisciplinaire team SamynValleHappold.

 

De uitvoering van de nieuwbouw, restauratie en renovatie van EUROPA is de verantwoordelijkheid van de tijdelijke vereniging InterbuildCegelec. Als onderaannemer is Verstraete & Vanhecke verantwoordelijk voor de restauratie van de beschermde gevels en de couloir classé op het gelijkvloers. Deze werken maken deel uit van een van de vier simultane deelwerven die zich op hun beurt situeren in de vierde fase van het project, de constructiefase (ACO). Na de afgelopen fases van asbestverwijdering (DAM), afbraak (DMO) en versteviging (ADC) loopt de ACO-episode met het grootste budget en tijdsduur nu ook stilaan op zijn einde.

 

Projectleider Dieter Jacobs leidt deze werf bijVerstraete & Vanhecke en woont hiervoor de tweewekelijkse werfvergaderingen bij. In zijn kielzog mocht ik voor eerst mee naar de werf en leerde ik het reilen en zeilen van het aannemerswereldje stilaan kennen. Mijn taak bestond er vooral in enkele praktrijkopdrachten te coördineren en verrekeningen voor te bereiden.

 

Voor de noordgevel van blok A moesten er groot aantal stenen simili pierre opnieuw geproduceerd worden in het atelier en nadien aan de gevel bevestigd worden. Hiervoor hadden we vijf types cement met een licht kleurverschil (A, B, C, D en E) gekozen om te plaatsen in een willekeurig patroon. Samen met enkele arbeiders zocht ik hiervoor mee naar de ideale samenstelling en realiseerden met behulp van houten mallen de verschillende platen en hoekstukken die hiervoor nodig waren.

 

Daarnaast stond ik mee in voor de controle op en de communicatie met onze gespecialiseerde onderaannemers laswerken. Een firma realiseerde de twee grote lantaarns op het dak, het andere bedrijf veranderde de draairichting van de bombastische smeedijzeren inkomdeuren. De muurlampen van de beschermde gang kregen een reiniging vooraleer ze terug geplaatst worden. Ik deed proeven om de juiste reinigingswijze te onderzoeken en legde deze voor op de werfvergadering. Voor de restauratie van de binnendeuren werd er een mock-up gemaakt inclusief beslag, sluiting en afwerking. Ik zette het décapageproces in gang en zocht naar een geschikte deurkruk.

 

Naast de praktijkopdrachten deed ik ook de voorbereiding voor enkele verrekeningen. Voor de zuid- en westgevel was er in het lastenboek eveneens voorzien om een groot aantal stenen volledig te vervangen. Omdat de schade hier veel beperkter was, konden de herstellingen ook plaatselijk gebeuren. Op deze manier werd er ook zoveel mogelijk van het oorspronkelijke gebouw bewaard. Enkele weken heb ik daarom doorgebracht op de stelling om de te herstellen zones aan te duiden op de gevelplannen. Nadien berekende ik hiervoor ook het verschil in kostprijs.

 

Een andere verrekening die ik ter plaatse voorbereidde waren schadegevallen in de couloir classé. Ik duidde op plannen van de plafonds en de binnengevels aan welke herstellingen er inbegrepen waren in het dossier en welke schade er te wijten viel aan waterinfiltratie van de hoger gelegen verdiepen of aan een geval van brandschade.

 

De eerste taken die ik bij Verstraete & Vanhecke kreeg waren dus welomlijnde opdrachten; dit zijn taken die ook opduiken als je een volledige werf opvolgt. Dat dit de eerste werf was die ik leerde kennen, maakte wel een hele indruk op mij. Plots stond ik op een buitensteiger op het zevende verdiep en na een tijdje klauterde ik met mijn aantekeningen vlotjes naar het volgende niveau. Dit project was op vele vlakken het ideale voorbeeld van een werf. Het lastenboek was meer dan compleet en zowel in het Frans als het Nederlands volledig beschikbaar. Van alle zijden is er een plan beschikbaar en ook alle details waren foutloos uitgetekend, of zo leek het toch in ieder geval voor mij. Het systeem van informatie uitwisselen was erg handig. Verschillende partijen konden hun technische fiches en plannen uploaden, binnen de kortste keer werd iets dan officieel goed- of afgekeurd. De regeltjes van naamgeving en formaten leken mij in het begin nogal omslachtig, maar ook meer dan nodig bij zo’n omvangrijk project. Op het vlak van veiligheid was deze werf ook zeker het toonbeeld. Zonder identificatiepasje, helm, werfschoenen en fluo vest kom je er niet in. Wat mij betreft een zeer mooi project om de bouwwereld mee in te rollen.

 

www.european-council.europa.eu

In 2013 verscheen het boek ‘Europa. Europese Raad en Raad van de Europese Unie’ over de verwezenlijking van een bijzonder architectuurontwerp. Omdat ik het project al gedeeltelijk kende door mijn werk bij Verstraete & Vanhecke, schreef ik over dit boek een recensie.

VAN DOREN, Caroline, “Ab ovo”, in: A+, N 248, juni-juli 2014, pp. 92.