VISIE

 

LESS IS MORE.

MORE OR LESS.

 

Open ruimte is schaars. Te schaars, om nog eeuwig te kunnen doorgaan met het neerpoten van niet-kwalitatieve nieuwbouwwoningen op tot dan toe onaangeroerde open vlaktes. Grazende koeien en heerlijk ruikende paardenbloemen moeten vaak wijken voor de zoveelste fermette of overmaatse villa. Willen we nog even kunnen doorgaan op deze prachtige wereldbol dan moeten we ons daar met zijn allen bewust van worden en de resterende open ruimte zoveel als mogelijk respecteren.

Des te meer omdat er zoveel leegstaande gebouwen zijn waar momenteel niets mee gebeurt en die gewoon staan te verkommeren. Beter lijkt het mij om een bestaand gebouw met kwaliteiten respectvol te renoveren naar hedendaagse normen. Indien de negatieve kenmerken van een bestaand gebouw de resterende goede eigenschappen ruimschoots overstijgen, kan er zeker ook beslist worden om een bouwwerk te slopen en van nul af aan te starten. In ieder geval is dat lapje bouwgrond weer beter benut dan voorheen.

Indien we bouwen of verbouwen moeten we voldoende belang hechten aan duurzaamheid. Uit respect voor het milieu moeten we de energievraag beperken zodat ook de energieoverlast zo laag mogelijk blijft. De investering die we in het begin doen is groter, maar op langere termijn levert het iedereen meer op. We doen een ingreep in het landschap waarvan we willen dat die wel even mee gaat.

In dezelfde lijn van duurzaamheid zit ook het gedachtegoed van universeel ontwerpen. Door de stijgende welvaart worden we met zijn allen ouder en ouder. De woning die  jongeren vroeger betrokken en waarin zij een gezin stichtten, is ondertussen voor veel mensen te groot geworden eens de kinderen het huis uit zijn. Ook de trap blijkt meer een meer een obstakel in het dagelijkse leven zodat een deel van de woning geleidelijk in onbruik raakt. Interessanter is het om al vanaf het prille ontwerp rekening te houden met een bevolking die alsmaar ouder wordt en een woning te ontwerpen die daaraan aangepast is of mee kan evolueren.

Naast streven naar duurzame privéwoningen ben ik ook een voorstander van kwaliteitsvolle gebouwen met een maatschappelijke relevantie. In deze sector is nieuwbouw wel vaak een gegronde keuze. Door mijn stages en eindwerk in de master Architectuur heb ik een zekere affiniteit gekregen met de zorgsector en het belang hiervan ingezien. Voorafgaand aan het ontwerpen van doordachte architectuur is er uitgebreid onderzoek nodig naar de noden van dergelijke gebouwen. Door in dialoog te treden met de toekomstige gebruikers kan een gebouw functioneel georganiseerd worden en zo kan er een architectuur tot stand komen die als boeiend ervaren wordt.

Wat ik interessante architectuur vind, zijn vaak (en vooral) niet de opvallende gebouwen van starchitects. De kracht van een ontwerp zit vaak in de eenvoud. Door iets toe te voegen of net weg te nemen, wordt een ontwerp sterker en komen de kwaliteiten bovendrijven.